Middeleeuwse Cisterciënzers

Watermanagement

Monniken van Aduard

Aduard, een dorp aan het Van Starkenborghkanaal met aan de noordzijde van het kanaal het Aduarder voorwerk. Vier boerderijen op een rij die verwijzen naar het voormalig klooster van Aduard en de monniken die tussen 1200 en 1600 een stempel drukten op het landschap rond het dorp. Veel dijken, bruggen en sluizen vinden hun oorsprong vanuit deze kloosterperiode. Zoals Groningen, die aan een doorgaand waternetwerk kwam te liggen.

Het Aduarder klooster

Het is 1192, twaalf monniken van de Cisterciënzer orde en de abt Wibrandus van het Friese klooster Klaarkamp zijn opweg naar Aduard om daar het 1e Groningse Cisterciënzer klooster te stichten. ‘Men had daar lichten zien zweven, dit was een voorteken van het geestelijk licht dat er zou schijnen.’  
De monniken beginnen direct met het bouwen van het kloostercomplex en na 1240 begint het klooster vorm te krijgen (kloostergangen, ziekenzaal, dormitorium, scriptorium, et cetera).

Het klooster wordt in een overgangsgebied tussen veen en hoge kwelderruggen gebouwd die nog nauwelijks beschermd wordt door dijken en hierdoor doorlopend door de zee wordt bedreigd. De monniken worstelen al vrij snel met water en het leven, in dit drassige landschap van de Friese landen.

Men had daar lichten zien zweven

Watermanagement

Vanuit de gedachte dat monniken zich met het werk van eigen handen inleven moeten houden, is de Cisterciënzer orde ontstaan. De Aduarder monniken ontginnen en bewerken de landerijen zelf, waardoor er ook heel veel bruikbaar land bijgekomen is voor veeteelt en landbouw. Door het ontwikkelen van het systeem om voorwerken (bedrijven als boerderijen, veengraverijen, houtwinning, steenbakkerijen e.d.) aan te leggen kunnen alle benodigde goederen op deze manier aangevoerd worden naar het klooster.  

 

Om de strijd verder tegen het water aan te gaan zijn er als eerste dijken aangelegd in delen van de Hunzeboezem en er is onder andere een verbinding tussen de Fivel en de Eems (de Delf) gegraven. Later is deze open verbinding naar zee afgesloten met een zijl bij Delfzijl.

Binnen het klooster is er ook nagedacht over het managen van water, een systeem werd aangelegd om water zoals welwater, afvalwater en regenwater te scheiden. ‘Alles werd mogelijk door de kennis op het gebied van waterbeheersing en waterwerken.

Watermanagement

We zijn aangekomen in de 14e eeuw. De monniken zijn druk bezig met het aanleggen van een sluis tussen Aduard en Fransum, om het water in het Peizerdiep op peil te houden voor de scheepsvaart.
Het watermanagement houdt hier alleen niet bij op. Later slibt het water, waar het Peizerdiep in het Reitdiep stroomt, dicht. Hierdoor wordt het Aduarderdiep aangelegd. Om in dit kanaal ook het water op peil te kunnen houden is hier later het Aduarderzijl aangelegd.

 

Uiteindelijk was de waterbeheersing en de afscherming van zee zo goed dat de materiële missie voltooid was. De monniken gingen over tot studeren en onderwijzen. Langzamerhand werd Aduard een centrum van wetenschap en cultuur.  

Langzamerhand werd Aduard een centrum van wetenschap en cultuur

Einde van de Cisterciënzer orde

In de 14e en 15e eeuw komt de orde tot verval. De Reformatie maakt een einde aan het bestaan van het Aduarder klooster. In 1580 word het klooster door Geuzen in brand gestoken, uit vrees dat de Spanjaarden er een vesting van zouden maken.

De Spaanse en Staatse troepen verwoesten het klooster waardoor de kloosterbibliotheek ook in vlammen opgaat. Kloostergoederen worden geconfisqueerd en de sloop van het klooster is zo grondig gedaan dat bij latere opgravingen nauwelijks nog stenen aangetroffen zijn.  Uit de stenen die hier en daar nog overgebleven zijn, is het dorp die wij hedendaags kennen als Aduard ontstaan.

 

Van de Abdij te Aduard is vrijwel niets meer over. Alleen de ziekenzaal, die tegenwoordig dienst doet als hervormde kerk, staat nog. Het blijft wederom een raadsel dat er van de 120 kloosters die in de Friese landen gevestigd waren, vrijwel niets meer over is.

Einde van de Cisterciënzer orde